3.3. Diavoorstellingmodus
Om de applicatie over te schakelen naar de "Diavoorstelling"-weergavemodus, moet u de bijbehorende optie selecteren in het pop-upvenster linksonder in het hoofdvenster.

Nadat de applicatie is overgeschakeld naar de "Diavoorstelling"-modus, wordt de knop voor het toevoegen van een nieuwe camera verborgen in het hoofdvenster en wordt de afbeelding van de eerste camera vergroot tot de grootte van het hoofdvenster. Onderaan het venster verschijnt een voortgangsindicator die de ingestelde weergaveduur voor de huidige camera aangeeft. Standaard is deze waarde 10 seconden. Na het verstrijken van de ingestelde wachttijd wordt de afbeelding van de volgende camera op het scherm weergegeven. Het aantal camera's in de wachtrij wordt als stippen onderaan het scherm weergegeven:

Door op de huidige afbeelding te tikken, wordt de actieve camera gewisseld voordat de ingestelde vertraging is verstreken. De vertragingswaarde kan worden ingesteld in het paneel met toepassingsinstellingen. Ga hiervoor naar het bewerkingspaneel voor toepassingsinstellingen (Afbeelding 3.3.3) en wijzig op het tabblad "Hoofdscherm" de waarde in het veld "Vertraging" (Afbeelding 3.3.4). De waarde in het veld "Vertraging" wordt opgegeven in seconden, met een maximaal toegestane waarde van 600 seconden.


