4.6. Het kwaliteitsniveau van video-opnamen aanpassen

Standaard wordt het videobestand opgenomen in de codec die door de camera wordt uitgezonden, en wordt de MP4-container gebruikt om het resulterende bestand samen te stellen. Om de schijfruimte efficiënt te benutten, kan de gebruiker de kwaliteit van het resulterende bestand verlagen. Hiervoor moet u de optie 'Opgenomen video converteren' inschakelen in de toepassingsinstellingen (Afbeelding 4.6.1) en vervolgens in de camera-instellingen op het tabblad 'Video-opname' een acceptabel kwaliteitsniveau instellen (Afbeelding 4.6.2), waarbij u zich richt op de bitrate- en framesnelheidwaarden.

Afbeelding 4.6.1. Schakel de optie in om het opgenomen videobestand automatisch opnieuw te coderen.
Afbeelding 4.6.2. Selecteer het kwaliteitsniveau van de video-opname.